Waarom gebitsverzorging?

 

Paarden in het wild fourageren veel langer dan onze paarden op stal. Ook de hardheid van het voedsel dat deze paarden eten verschilt met dat van onze paarden op stal of in de wei. Hierdoor hoeft het paardengebit van nu minder werk te verrichten waardoor het minder slijt en daardoor kunnen er oneffenheden en scherpe glazuurranden ontstaan. Tijdens het eten kunnen deze de tong of de binnenkant van de wang beschadigen. Maar ook tijdens het rijden wanneer de neusriem de wang tegen de kiezen drukt. Dit is pijnlijk en daarom kunnen deze glazuurranden beter weggehaald worden.

Bij gereden paarden zijn wolfstanden meestal een probleem, deze zitten op de plaats waar het bit in de mond ligt. Aanraking van het bit op deze kleine tanden is vervelend voor het paard. Aangezien deze tanden een overblijfsel zijn van de evolutie en niet meedoen in het kauwproces zijn ze te verwijderen wat voor het paard een stuk comfortabeler is. Wanneer een paard afgebogen gaat lopen komt zijn onderkaak lichtjes in beweging. Als er oneffenheden in het kauwvlak voorkomen word deze beweging gehinderd. Dit kan voor extra spanning in het kaakgewricht zorgen en pijnlijk zijn.

Bij jonge paarden kan het wisselproces van 2,5 tot 5 jarige leeftijd problemen geven. Een snijtand die verkeerd doorkomt een jeugddiastema of een dop die scheef gaat zitten. Dit zorgt voor belemmeringen in het kauwproces waardoor het paard minder goed zijn voer kan vermalen en verteren wat weer tot andere problemen kan leiden.

Het gebit van oude paarden, zoals we deze niet meer in de natuur tegenkomen, heeft speciale zorg nodig. Het natuurlijke proces van de paardentanden komt dan op zijn eind en met de juiste behandeling kan het gebit zo lang mogenlijk zelf zijn werk blijven doen.

 










© 2019 Sebastian Smit